Crassula
General Information   |   Species   |   Hybrids   |   Cultivars   |   Unidentified species

AUSENSIS ssp. TITANOPSIS Pavelka, 1998 (engl./ fr./ dutch)

Examining a plant of C. ausensis ssp. titanopsis with a microscope has revealed that the description by Pavelka indicating papillae on the leaves as well as on the peduncle, the bracts and the sepals is not correct.


This is a new

 

Description

 

Perennial plants in clusters of 40 – 60 (-100) cm in diameter, acaulescent, roots not thickened.

 

Leaves : 10 – 15 (-20) mm long, 7 – 13 mm wide, 3 – 5 (-7) mm thick; ovate to obovate, sometimes almost terete, usually blunt at base, apex more or less acute; upper side usually flat or slightly concave or convex, underside slightly convex, margins rounded; colour green to grey-green, apex more or less rusty orange to rusty red.
Young leaves near base covered with fine, pointed, recurved, transparent hairs - no longer to be found on older leaves.
Except near base leaf surface somewhat bullate, covered with hairs – blunt or with a translucid apex – almost invisible to the naked eye but clearly to be recognized with a microscope or a loupe. These  hairs are particularly tufted around stomata (or hydathodes – more precise analysis would be needed to decide what they really are). Near the base where the surface is not bullate hairs are evenly dispersed, not tufted.
Stomata / hydathodes may or may not eject a reddish liquid / substance.
It seems that the somewhat bullate appearance is due to the stomata / hydathodes.
There are clearly no papillae at all on the leaves, only hairs which may be more or less thick and with blunt /rounded or pointed and translucid apex (confirmed by Dr. Urs Eggli, Zürich).

 

Inflorescence : a thyrse with 1 – 3 dichasia; peduncle 4 – 5 cm high, ca. 2 mm in diameter, with fine, spreading, acute hairs; 1 - 3 bracts, 2,3 – 2,5 mm long, triangular, apex rounded, hairy, with marginal cilia, apex reddish.

 

Flowers : pedicellate, pedicel 3 – 6 mm long; sepals triangular, pointed, hairy and with marginal cilia, apex sometimes reddish ; petals recurved at tips, with distinct papillose dorsal appendage and with indistinct  dorsal ridge (only visible on fading petals), white; carpel green, style slightly  recurved inside, pinkish, stigma in terminal position but seem to be lateral because of the bending; squamae very short, broader than long, emarginate, green to reddish green.

 

 Margrit Bischofberger & Jean-Michel Moullec

 

---------------------------------------------------------------------------------------------------

 

L'examen au microscope d'une plante de C. ausensis ssp. titanopsis a révélé que la description de Pavelka, indiquant la présence de papilles sur les feuilles ainsi que sur le pédoncule, les bractées et les sépales est incorrect.


Voici une nouvelle


Description

 

Plante vivace en groupes, 40 – 60 (-100) cm de diamètre, acaule, racines non épaisses.

 

Feuilles : 10 – 15 (-20) mm de long, 7 – 13 mm de large, 3 – 5 (-7) mm d'épaisseur ; ovales à obovales, parfois presque cylindriques, habituellement émoussées à la base, apex plus ou moins aigu ; face supérieure généralement plate, légèrement concave ou convexe, dessous légèrement convexe, marges arrondies ; vertes ou gris-vert, apex de couleur plus ou moins orange rouille.
Les jeunes feuilles, près de la base, sont couvertes de fins poils transparents, recourbés et pointus - ce qui ne se voit plus sur les feuilles âgées.
Excepté près de la base, la surface des feuilles est quelque peu cloquée, couverte de poils – émoussés ou avec un apex translucide – quasiment invisibles à l'œil nu mais reconnaissables avec un microscope ou une loupe. Ces poils sont particulièrement amassés autour des stomates (ou hydathodes – une analyse plus précise serait nécessaire pour décider ce qu'il en est réellement). Près de la base, où la surface n'est pas cloquée, les poils sont uniformément dispersés, et non regroupés.
Les stomates/hydathodes peuvent parfois émettre une substance liquide rougeâtre.
Il semble que cette apparence cloquée soit due aux stomates/hydathodes.
Il n'y a clairement aucune papille sur les feuilles, seulement des poils pouvant être plus ou moins épais, avec un apex translucide émoussé-arrondi ou pointu (confirmé par Dr. Urs Eggli, Zürich).

 

Inflorescence : Un thyrse avec 1 – 3 dichasia ; pédoncule 4 – 5 cm de haut, environ 2 mm de diamètre, couvert de fins poils pointus écartés ; 1 - 3 bractées de 2,3 – 2,5 mm de long, triangulaires, à l'apex arrondi et rougeâtre, poilues, avec cils marginaux.

 

Fleurs : Pédicellées, pedicelle de 3 – 6 mm de long; sépales triangulaires, pointus, poilus et avec cils marginaux, apex parfois rougeâtre ; pétales blancs recourbés vers la pointe, avec un appendice dorsal papilleux distinct et une légère arête dorsale seulement visible sur les pétales fanés ; carpelles verts, styles légèrement recourbés vers l'intérieur, rosés, stigmates en position terminale qui semble être latérale à cause de la courbure ; squames très courtes, plus larges que longues, émarginées, vertes ou vert-rougeâtre.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Crassula ausensis subsp. titanopsis Pavelka

 

Familie: Crassulaceae

 

Sectie: Argyrophylla (Schönl.) Toelken

 

In Kaktusy, jaargang 33 (1998) deel 2,blz 39.

 

 

Inleiding: “In juli 1996 was Pavelka met zijn vrienden, specialisten van de Aizoaceae, op weg van Windhoek naar Kaapstad en ze onderzochten  een gebied in de omgeving van het stadje Grunau in Zuidnamibië, op zoek naar nieuwe standplaatsen van Lithops karasmontana (Dint. & Schwant.) N.E. Br. en Lithops fulviceps  N.E.Br.

 

Behalve  Mesems vond hij ook een zeer interessante, met Crassula ausensis P.C.Hutch. verwante Crassula die in smalle spleten van kwartsrotsen boven een droge rivierbedding groeiden.

 

Daar deze plant geleek op een kleine Titanopsis schwantesii (Dint.) Schwant. en in hetzelfde gebied groeide, besloot hij deze nieuwe subspecies te beschrijven onder de naam Crassula ausensis ssp titanopsis.”

 

 

Beschrijving: spruitend, kleine groepen vormend van 40-60 (- 100)cm Ø met hoopjes bladrozetten en zonder verlengde of verdikte wortels.Oudere bladeren afvallend.

 

Holle of halfholle succulente, gestreepte bladeren, meestal halfrond, 10-15 (-20) mm lang, 7-13 mm breed en 3-5 (-7) mm dik, meestal met stompe basis en met oranjeroodachtig bruin of roestrood gekleurde punt, breed driehoekig in doorsnee.

 

Oppervlakte meestal vlakof licht onregelmatig bol-of holvormig, onderste bladdeel breed bootvormig en zonder duidelijke oppervlaktekiel. Bladranden afgerond.Epidermis groen of grauwgroen met “heel kleine nauwelijks zichtbare papillen die over het hele bladopervlak verdeeld zijn”.

 

De bladeren zijn volledig overdekt met verheven witte tuberkels of blaasjes, rond of hoekvormig, 1 mm Ø, het dichtst en het grootst aan de punt en dan kreem- roest- of roodkleurig.

 

De bloeiwijze is een verlengd bloemscherm met meerdere bloemen aan korte steeltjes met heel fijne papillen bezet die ook voorkomen aan de schutbladeren.Sepalen driehoekig, tot 4mm lang, met stompe punt, grauwgroen. Petalen aan de basis verenigd in een bloeibuis, even lang als de bloembuis, wit of kreemkleurig, aan de punt omgekruld in een kleine hoek van 45° en naar onder bebogen, 4-6 mm lang. Meeldraden met oranjegele helmknoppen.

 

Zaden zeer klein, ± ovaal, tot 0,3 mm lang, bleek- tot grijsbruin met kleine tuberkels of spleetjes in parallelle streepjes.

 

Type: Z-Namibië, Karasburgdistrict in de nabijheid van Grünau, verzameld door Pavelka, 1996, PRC, Nr 954

 

 

Bemerking: deze nieuwe soort is nauw verwant met Crassula ausensis ssp ausensis P.C. Hutch en ssp giessii (Friedr.) Tölken die alletwee ten westen van de Karasbergen en tot Halenberg nabij Lüderitz voorkomen.

 

 

Opmerking: later microscopisch onderzoek heeft uitgewezen dat er geen papillen aanwezig zijn  maar miniscule donzige trasparante haartjes. Een nieuwe versie (met rechtzetting) werd gepubliceerd in “Cactus Aventures” door Joël Lodé en zal opgenomen worden in het IOS Repertorium Plantarum van 2010.

Pavelka heeft intussen toegegeven dat hij bij gebrek aan een vergrootglas zich vergist heeft…

 

Vertaling uit het duits en frans : Paul Neut



Photo Paul Neut






Photos Bernie DeChant


Photo Karine Leblanc


Photo Thomas Delange




Photos Meinolf Stützer




< back